“Pim! Handen aan het stuur!”, terwijl vriend Pim met zn armen over elkaar lui achterover leunt en met zijn knieën het stuur bedient.
“Pim! Niet inhalen!”, terwijl vriend Pim vlak voor een helling een vrachtauto inhaalt en ik de koplampen van een tegenligger gevaarlijk dichtbij zie komen.
“Pim! Niet harder dan 140!”, op een weg waar de maximum snelheid 100 is en waar vriend Pim de maximum snelheid van 190 aan het uittesten is.
En dat ruim 4000 km lang ( de andere 1500 km heb ik namelijk gereden). Tel daar de locale Zuid Afrikaanse wegmisbruikers bij op, de gedeeltelijk ongeasfalteerde wegen en de willekeurig geplaatste verkeersborden en ik denk dat jullie wel begrijpen wat een doodsangsten ik af en toe uit gestaan heb. Een snelheidsboete, een auto ongelukje en een kapotte versnellingsbak deed Pim zijn rijgedrag respectievelijk 2 minuten, 20 minuten en 2 uurtjes aan banden leggen.
Maar wat een pracht tijd hebben we gehad en ik denk dat maar weinig mensen half Zuid Afrika in twee weken tijd hebben kunnen bezichtigen. Als een stel Bourgondiërs zijn we elke dag uit eten geweest en hebben we voor relatief weinig geld in prachtige accommodaties geslapen. Pim heeft drie weken lang elke dag een Sirloin steak op, maar weet ondanks de extra kilo’s Sirloin steak aan zijn lichaam nog steeds niet precies wat het is. Op de in elk restaurant steevast gestelde vraag “What is a Sirloin?” kreeg hij steevast het antwoord “That is a Loin, sir.”
Eerst een paar dagen Kaapstad gedaan, gewoon om Robben Island (waar Nelson Mandela 20 jaar van zn leven op onvrijwillige basis heeft doorgebracht) en de Tafelberg gezien te hebben, want wat moet dat moet. Halverwege de tour over Robben Island verloren we onze interesse en besloten we de gevangenis op eigen houtje te gaan bekijken. Veel leuker en we stuitten ook nog op een kolonie pinguïns. De tourgroep waren we inmiddels kwijtgeraakt en uiteraard hadden we de boot gemist.
Na Kaapstad besloten we de road te hitten, bestemming volledig onbekend. Na een dagje aan het strand gelegen te hebben in Hermanus zijn we naar de oost kaap gecruised, in Addo National Elaphant Park hebben we hele families olifanten op 1 meter afstand van onze auto zien lopen, het waren er zoveel dat we dat na een paar uur ook wel gezien hadden, dus we besloten verder te rijden en een shortcut te nemen naar Hogsback via een gele R road. Nu moet men weten dat de N wegen de nationale snelwegen zijn en de R wegen de secundaire wegen, de op de kaart oranje gemarkeerde R wegen zijn geasfalteerd en de gele zijn een soort van veredelde karrensporen kwamen we tijdens het nemen van deze shortcut achter. Tijdens het nemen van deze zogenaamde shortcut (die in absolute km’s inderdaad korter was, maar in relatieve uren des te langer) kwamen we in een niet op de kaart aangegeven wildpark terecht waar we op anderhalve meter afstand ineens een prachtexemplaar van een giraf tegenkwamen.
Hogsback is waar naar het schijnt meneer Tolkien zijn inspiratie voor zijn befaamde lord of the rings boeken vandaag gehaald heeft. Ik kan hem niet meer dan gelijk geven, Hogsback is een juweeltje te midden van prachtige groene bergen met niets dan bomen en watervallen en het kost maar weinig moeite om de hobbits en elfen er zelf bij te denken. Pim en ik besloten tijdens het bezoeken van een van die watervallen het pad te verlaten en via rotsen en stenen het beekje van de waterval een eind naar beneden te lopen. Heerlijk zo’n reismaatje die net als ik graag van het geijkte pad afwijkt.
Vanuit Hogsback zijn we de N2 afgereden naar de Wildcoast, vreselijke rit, grotendeels veroorzaakt door in het donker kronkelige wegen door de bergen te moeten trotseren. Afrikanen die midden in de nacht langs de snelweg lopen, geen idee waarom en vooral waarheen, aangezien de vorige stad 100 km terug is en de volgende 200 km verderop (??). Ook vinden ze het leuk om de snelweg over te steken, ik wacht nog steeds op het moment dat ik er een onder mn auto heb liggen.
De wildcoast is een stukje authentiek Zuid Afrika die vooral bewoond word door de Xhosa. Rare mensen deze Xhosa, ze praten met klik klak geluiden en hebben er een handje van om constant letterlijk hun hand op te houden voor geld. Zelfs als je ze met 120 km per uur voorbij scheurt staan ze hoopvol langs de weg hun hand op te houden. Ook vinden ze het prettig om langs de weg te liggen, het liefst met hun benen half op de weg. Tijdens onze roadtrip zijn Pims vooroordelen over Afrikanen alleen maar bevestigd en zelfs toegenomen.
We hebben een paar dagen doorgebracht in het plaatsje Coffeebay, in een heus hippie goa, waar een stel gedateerde hippies de dag doorbrengt met trommelen en hennep roken. Niets moet en alles mag, toch wel lekker eigenlijk.
Hierna maakten we de impulsieve beslissing om via de oostkust dwars door het land naar de noord/west grens van Zuid Afrika/Namibie te rijden om leeuwen te gaan zoeken in de rode woestijn. De nacht doorgebracht bij een gepensioneerde woestijnfauna en - geologie professor die ons tijdens een semi privé safari het een en ander heeft bijgebracht over de dieren en geologie van de woestijn.
De volgende dag kregen we ruzie, ten midden van het Kgalagadi natuur reservaat. Ons doel was een leeuw te zien, maar na uren rondgereden te hebben in een reservaat dat meer dan 40.000 vierkante km in drie landen bedekt hadden we nog geen leeuw gezien, zelfs geen welpje.
Het was 14.00 s’middags en om 18.00 zou de poort van dit immense park dichtgaan. Pim dacht dat het beter was om terug te rijden om nog voor het donker het reservaat uit zijn en de geasfalteerde weg te bereiken. Ik niet, in mijn wereld was van 14.00 tot 18.00 nog vier uur de tijd om eventueel een leeuw te zien en ik vond dat het beter was om via een omweg van 300 km naar de uitgang te rijden, zodat we nog een redelijke kans hadden op het zien van een leeuw.
De spanning liep zo hoog op dat Pim woedend de auto uitstapte en besloot zijn weg verder te voet af te leggen. En dat in een park waar naast leeuwen ook luipaarden, cheeta’s, hyena’s en andere gevaarlijke roofdieren rondlopen die zelf voor hun voedselvoorziening verantwoordelijk zijn, bij de entree werd ons tot drie keer toe op het hart gedrukt om onder geen enkele voorwaarde de auto te verlaten.
Anyway, ruzie bijgelegd, Pim de auto weer in en Marieke haar zin doorgedreven. Dat de wegen in het park ongeasfalteerd zijn (ook wel wasboard wegen genoemd, eigenlijk alleen geschikt voor 4 wheel drives) de maximum snelheid in het park 50 km per uur was en dat we met onze niet-4-wheel-drive- auto hooguit 30 km haalden daar had ik eventjes niet bij na gedacht. Inmiddels was het tegen 16.00 uur en we hadden nog ruim 200 km te gaan met een max snelheid van 50 km/uur. Mission impossible. Maar niet voor Pim. Met snelheden van 100 km/uur vlogen we over de kuilen in het pad heen, een enorme stofwolk en heel wat verschrikte diertjes achterlatend. Shame on us. Uiteindelijk bereikten we iets na zessen de poort en die was dicht. Ons meest onschuldige gezicht opzettend moesten we een chaggerijnige medewerkster vragen om de poort alsnog voor ons te openen.
De laatste dag zijn we nog even naar Kaapstad gegaan waar we ons tijdens het happy hour tegoed hebben gedaan aan allerhande heerlijke cocktails, de tel zijn we kwijt geraakt en dat verklaart meteen waarom een zeker persoon de nacht vomerend doorgebracht heeft.
Om een lang verhaal kort te maken: het was geweldig.
Het afscheid kwam gisteravond veel te snel en was veel moeilijker dan toen ik weg ging in februari. Ik voel me miserabel, mezelf afvragend hoe ik de komende tien weken zonder mijn vent door ga komen. Twee dingen weet ik in ieder geval zeker: onze liefde heeft niet geleden onder zo ver bij elkaar vandaan zijn en is alleen maar sterker geworden en ik ga nooit meer zonder hem weg.
